zondag 27 november 2016

Alice in Wonderland - dreaming about reality

What is this life? Are we really here? 

(I am not really here)

I went mad because I thought I could find the answers by searching for them in my head.

Then there was magic (one day I will tell you all about it) and after what seemed like a thousand years of pondering those questions everything spoke to me, in a clear and coherent way. 





I reread 'Through the Looking Glass' by Lewis Carroll.
The Red King’s dream scene beautifully illustrates the fact that human beings dream up their lives by creating a collective dream (or nightmare).

 "Well, it's no use your talking about waking him," said Tweedledum,
 "When you're only one of the things in his dream. 
You know very well you're not real."
"Unless we're all part of the same dream. Only I do hope it's my dream, and not the Red King's!” answered Tweedledee.

In the last chapter of Through the Looking Glass Carroll emphasizes the importance of pondering this issue, when Alice says to her cat: 
“Now, Kitty, let's consider who it was that dreamed it all. This is a serious question.”

Carroll already touched upon this theme in Alice in Wonderland. The story moves from one dream sequence to the next with talking animals, strange landscapes and sudden transformations. 

A subtle pointer to the ‘Life is a dream’ idea is the poem in the beginning of the book which reminds the reader of the nursery rhyme 'Row your boat, gently down the stream.  

The last poem in Through the Looking Glass goes like this:
Dreaming as the days go by, 
Dreaming as the summers die (...)
ever drifting down the stream, 
lingering in the golden gleam, 

life what is, is but a dream”. 




...Just a children's book, isn't it, so why believe it?...

Enjoy the story! 




woensdag 2 november 2016

Op pad


Iemand riep me, mijn hart sprong op en ik vertrok uit de stad. Naar daar waar het leven nog simpel is en de natuur haar krachtige wetten in alles laat zien. 

In het zuiden scheen de zon en was het windstil. Sliertige witte wolken aan de lichtblauwe herfsthemel, landwegen met geelgouden populieren, recht op een rij en overal de zachte zucht van heel vroeger. 

En, natuurlijk, de paarden. 
Drie jonge Tinkers, grazend, dan opkijkend en in huppelende draf naar me toe, vragend om het volle gras tussen mijn voeten.Wat ik ze gretig geef. Een kudde Vlaamse paarden, drie merries met veulen en twee hengsten die apart van hen staan, want die enorme levenslust is soms te veel voor de warme hoedsters. Dan moeten de hengsten even wachten. Toch zijn ze met elkaar, altijd samen. Want afstand is er niet in ruimte. 

Ik fiets door de lucht, toch op de aarde. De bruine klei kleeft aan de pedalen, mijn hoofd is leeg en vol van liedjes tegelijk. 
In een dorp aan de kant van de nog bloeiende hei stap ik af om Theresia te begroeten. In een kleine kapel met kaarsen en nog meer licht word ik stil. Ik vraag kracht om mijn opdracht te vervullen: mensen en paarden bevrijden door hen eraan te herinneren wat werkelijk is.
En ik voel me omhelsd en gesteund door heel veel liefde. 
'Treed binnen' zegt Theresia met vrolijke stem.
Ik loop naar het altaar en daar ligt een handgeschreven gedicht: 

"Laat er vandaag vrede in je zijn.

Weet dat je precies bent waar je zou moeten zijn.

Herinner je de oneindige potentie die uit vertrouwen geboren is.

Gebruik de gaven die je hebt ontvangen

en geef de liefde door die je gekregen hebt
.
Wees bevriend met de kleine dingen die het allergrootste zijn.

Weet dat je een kind bent dat ook volwassen is,

en speel het spel van de eenheid.


Laat de 

aanwezigheid 

zich tot in je botten verankeren

en je ziel de vrijheid gunnen

om te zingen, te dansen, te danken, te drinken

en lief te hebben.

Het is hier voor ons allemaal." 

zondag 2 oktober 2016

De hoeders van het vuur

'Welkom thuis', zei de blauwe man in het bos. Hij pakte mijn hand en bracht me naar de plaats waar het vuur aan zijn miljardste hoofdstuk begon. Ik keek naar de mensen en dieren en planten en rotsen en stenen die zich warmden aan de oranje gloed. Zo bekend allemaal, zo natuurlijk om hen hier terug te zien.
'Je hoeft nooit meer te dromen, want de realiteit is het mooist en brandt voor eeuwig', wist ik en ik sprak het hardop uit.
En niemand hoefde het te beamen.

donderdag 22 september 2016



De mist trok op

Tussen de stammen van het bos in de duinen was alles gehuld in een witte mist. Ze liep voor me uit, haar staart golfde over haar benen. Ik volgde op een paar passen afstand. Het rook naar de naderende herfst, de bomen lieten de hitte uit hun bladeren vallen, en ik wachtte terwijl ik liep en ik snoof haar geur op. Ze was vastberaden, rook ze de oceaan?
Opeens stond ze stil, keerde haar hoofd naar mij toe, vroeg mij naast haar te staan. Ik legde mijn hand op haar schouder. Haar donkere ogen lachten en ik voelde in mijn handpalm alles wat ik ooit beleefd had. In een andere tijd, in een andere wereld. Mijn hart was te klein om het op te nemen, mijn hoofd zou het nooit kunnen begrijpen. Heel mijn lichaam werd omhuld door iets wat ik nog nooit had gevoeld, maar toch, op een vreemde manier, het oudste en nieuwste tegelijk was. De dichte mist was veranderd in glinsterende nevel die zich zacht om en in mijn hele lijf nestelde.

Ze hinnikte en draafde weg. Naar haar vrienden die haar ongetwijfeld gemist hadden.

De weg naar de oceaan, daar waar Poseidon paarden geboren liet worden uit het schuim van de golven. Zo dankbaar Amiga.

zondag 11 september 2016

Een echte nachtmerrie is

wit

en als ze breekt
is ze alle kleuren
van de regenboog

zacht

maar je moet eerst haar vertrouwen winnen
de grijze stof kammen
uit haar vacht


If I start thinking, I cannot write.
If I write, I cannot think.
If I think, I don’t write.
When I write, I don’t think.

vrijdag 9 september 2016

De kleuren van een nachtmerrie hebben de volgende namen



vermiljoen rood
versplinterendspetterend oranje
onzichtbaarafzichtelijk  geel als je zachtjes de kleuren bijstelt staat er: onzichtbaarafgrijselijk GEEL
inktvisflessengroen
diepzeenachtdonkerblauw
synthetisch indigo
ultraviolent violet

woensdag 7 september 2016

Mijn grootste nachtmerrie is dat ik niet meer wakker word. Dat ik voor altijd blijf zoeken naar wat ik heb achtergelaten in de Sagrada Familia.
De heilige familie. Maak ik daar deel van uit?

Ik ben de enige die de metro uitstapt. Er liggen plassen water op het perron. Enkeldiep. Ik was mijn voeten erin en de hitte onder mijn voetzolen verdwijnt niet. Het is hier zo stil, ik hoor mijn oren suizen. Mijn bloed stroomt in een gevaarlijk tempo. 'Langzaam', zeg ik tegen mijn hart.


maandag 5 september 2016

Blootvoets in Barcelona

Zijn er plekken op aarde, in steden, in dorpen, in de natuur, die gekte aantrekken? Die het onbewuste, dat wat verborgen wil blijven, en toch ook gezien wil worden, naar zich toe trekken om zich uit te leven? Barcelona lijkt zo’n plaats, de Sagrada Familia zo’n bouwwerk. Ik heb er omheen gecirkeld, ben ervan weggerend, maar nu keer ik terug. Als ik durf…

dinsdag 21 juni 2016

De kleuren van een nachtmerrie



1.

De begroeting op de open vlakte.

Ik herinner me de zachtheid van haar lippen. Ze duwde haar snoet in mijn nek, ik legde mijn armen om haar hals, aaide haar flank. Mijn handen gingen weer leven, alles voelde veilig en warm.
De witte merrie was als een moeder die haar verloren dochter, zonder ook maar een verwijtende blik, verwelkomde. Alsof er niets gebeurd was. Maar de dochter geloofde dat ze een vreemd pad had gekozen en dat ze zichzelf was kwijt geraakt.

2. Nu

Het zou 17 jaar duren om terug te keren.

Nu pas weet ik dat het grootste en prachtigste geheim niet diep in het bos te vinden is, maar gewoon op me lag te wachten op de open vlakte. Niets geheimzinnigs aan.

Laat me je een flintertje van een verhaal vertellen.
Ik ben niet meer bang om het voor het voetlicht te brengen. Omdat het niet meer belangrijk voor me is.

3. Het jaar van de grote ommekeer

Ik was 29 en verdwaald in mijn eigen hoofd. Mijn lichaam brandde, verzengende hitte in mijn handen en voeten, als Jezus aan het kruis, en in mijn hart woekerde een groot vuur dat niet te blussen leek. In de stad van wonderen leerde ik met nieuwe ogen kijken, werd mijn zenuwstelsel door de geest verschroeid en was ik nergens bang voor. Maar mensen schrokken wel van mij.

'U heeft een ernstige psychose gehad', zei de psychiater.
En ik sloot mezelf op. En wachtte tot het licht werd.


4. Het goede nieuws

Van dag tot dag zie ik de zon.

En voor ik vergeet dat ik bestond is het goed om het hele verhaal vanuit verschillende perspectieven te bezien. Deels fictie, hele feiten. Keihard en confronterend als je gelooft dat het waar is. Zacht, schitterend en liefdevol als je weet wat er werkelijk toe doet.

4. Schrijf je autobiografie in vijf zinnen.

'Het wachten op mij duurde erg lang, is het verhaal van iedere moeder.
Opgroeien tot wie je werkelijk bent is de leugens doorzien die je ouders je vertellen omdat ze niet anders kunnen.
Laura redde mijn leven, Daan gaf het zin en ik werd sterk en stabiel en we leefden nog lang en gelukkig.
'Getuig van het Wonder', zei de woordloze Stem, en ik huilde van dankbaarheid en wist eindelijk wat me te doen stond.
In volle galop leef ik de vrijheid en elke dag zie ik de Zon.'