dinsdag 21 juni 2016

De kleuren van een nachtmerrie



1.

De begroeting op de open vlakte.

Ik herinner me de zachtheid van haar lippen. Ze duwde haar snoet in mijn nek, ik legde mijn armen om haar hals, aaide haar flank. Mijn handen gingen weer leven, alles voelde veilig en warm.
De witte merrie was als een moeder die haar verloren dochter, zonder ook maar een verwijtende blik, verwelkomde. Alsof er niets gebeurd was. Maar de dochter geloofde dat ze een vreemd pad had gekozen en dat ze zichzelf was kwijt geraakt.

2. Nu

Het zou 17 jaar duren om terug te keren.

Nu pas weet ik dat het grootste en prachtigste geheim niet diep in het bos te vinden is, maar gewoon op me lag te wachten op de open vlakte. Niets geheimzinnigs aan.

Laat me je een flintertje van een verhaal vertellen.
Ik ben niet meer bang om het voor het voetlicht te brengen. Omdat het niet meer belangrijk voor me is.

3. Het jaar van de grote ommekeer

Ik was 29 en verdwaald in mijn eigen hoofd. Mijn lichaam brandde, verzengende hitte in mijn handen en voeten, als Jezus aan het kruis, en in mijn hart woekerde een groot vuur dat niet te blussen leek. In de stad van wonderen leerde ik met nieuwe ogen kijken, werd mijn zenuwstelsel door de geest verschroeid en was ik nergens bang voor. Maar mensen schrokken wel van mij.

'U heeft een ernstige psychose gehad', zei de psychiater.
En ik sloot mezelf op. En wachtte tot het licht werd.


4. Het goede nieuws

Van dag tot dag zie ik de zon.

En voor ik vergeet dat ik bestond is het goed om het hele verhaal vanuit verschillende perspectieven te bezien. Deels fictie, hele feiten. Keihard en confronterend als je gelooft dat het waar is. Zacht, schitterend en liefdevol als je weet wat er werkelijk toe doet.

4. Schrijf je autobiografie in vijf zinnen.

'Het wachten op mij duurde erg lang, is het verhaal van iedere moeder.
Opgroeien tot wie je werkelijk bent is de leugens doorzien die je ouders je vertellen omdat ze niet anders kunnen.
Laura redde mijn leven, Daan gaf het zin en ik werd sterk en stabiel en we leefden nog lang en gelukkig.
'Getuig van het Wonder', zei de woordloze Stem, en ik huilde van dankbaarheid en wist eindelijk wat me te doen stond.
In volle galop leef ik de vrijheid en elke dag zie ik de Zon.'