woensdag 2 november 2016

Op pad


Iemand riep me, mijn hart sprong op en ik vertrok uit de stad. Naar daar waar het leven nog simpel is en de natuur haar krachtige wetten in alles laat zien. 

In het zuiden scheen de zon en was het windstil. Sliertige witte wolken aan de lichtblauwe herfsthemel, landwegen met geelgouden populieren, recht op een rij en overal de zachte zucht van heel vroeger. 

En, natuurlijk, de paarden. 
Drie jonge Tinkers, grazend, dan opkijkend en in huppelende draf naar me toe, vragend om het volle gras tussen mijn voeten.Wat ik ze gretig geef. Een kudde Vlaamse paarden, drie merries met veulen en twee hengsten die apart van hen staan, want die enorme levenslust is soms te veel voor de warme hoedsters. Dan moeten de hengsten even wachten. Toch zijn ze met elkaar, altijd samen. Want afstand is er niet in ruimte. 

Ik fiets door de lucht, toch op de aarde. De bruine klei kleeft aan de pedalen, mijn hoofd is leeg en vol van liedjes tegelijk. 
In een dorp aan de kant van de nog bloeiende hei stap ik af om Theresia te begroeten. In een kleine kapel met kaarsen en nog meer licht word ik stil. Ik vraag kracht om mijn opdracht te vervullen: mensen en paarden bevrijden door hen eraan te herinneren wat werkelijk is.
En ik voel me omhelsd en gesteund door heel veel liefde. 
'Treed binnen' zegt Theresia met vrolijke stem.
Ik loop naar het altaar en daar ligt een handgeschreven gedicht: 

"Laat er vandaag vrede in je zijn.

Weet dat je precies bent waar je zou moeten zijn.

Herinner je de oneindige potentie die uit vertrouwen geboren is.

Gebruik de gaven die je hebt ontvangen

en geef de liefde door die je gekregen hebt
.
Wees bevriend met de kleine dingen die het allergrootste zijn.

Weet dat je een kind bent dat ook volwassen is,

en speel het spel van de eenheid.


Laat de 

aanwezigheid 

zich tot in je botten verankeren

en je ziel de vrijheid gunnen

om te zingen, te dansen, te danken, te drinken

en lief te hebben.

Het is hier voor ons allemaal." 

2 opmerkingen:

marianne zei

test

annemarie slee zei

waarom zie ik m dan niet meteen?